Ieder(in)

29 jan 2016

Lokale belangenbehartiger: praat mee over het nieuwe Wmo-ervaringenonderzoek

Vrouw helpt iemand die in rolstoel zit

Vanaf 2016 moeten gemeenten de ervaringen van hun inwoners met de Wmo jaarlijks onderzoeken. Gemeenten gaan dit ‘Wmo-cliëntervaringsonderzoek’ in februari inrichten en vanaf april uitvoeren. Het is goed als belangenbehartigers meepraten over dit onderzoek, zowel over de opzet als de uitkomst. 

Het is belangrijk dat de vragen in het ervaringenonderzoek echt uitgaan van de leefwereld en de belangen van de burger (het cliëntperspectief). Om dit cliëntperspectief goed in het onderzoek krijgen, is het nodig dat cliënten betrokken worden bij de opzet van het onderzoek. Belangenbehartigers kunnen hierbij een rol spelen.

Bent u belangenbehartiger? Dit kunt u doen
Informeer bij uw gemeente wie zich momenteel bezighoudt met het opzetten van het cliëntonderzoek. Laat weten dat u wilt helpen en dat u graag komt praten. Geef aan dat u vanuit uw kennis en ervaring kunt meedenken over het cliëntenperspectief. Wijs erop dat als het cliëntenperspectief goed in het onderzoek is opgenomen, het onderzoek ook meer waardevolle (verbeter)informatie zal opleveren.

Bespreek eventueel ook de volgende aandachtspunten:

  • Het krijgen van zo veel mogelijk respons:
    Maak mensen enthousiast om aan het onderzoek mee te doen, bijvoorbeeld door goed uit te leggen waarom ervaringen van mensen zo belangrijk zijn.
  • Toegankelijkheid van het onderzoek:
    Als het onderzoek digitaal wordt uitgezet, attendeer dan op de eisen van digitale toegankelijkheid. Vraag ook aandacht voor begrijpelijke taal; eenvoudig taalgebruik is voor iedereen prettig.
  • Verdieping:
    Het onderzoek dat bestaat uit enkele verplichte vragen. Wijs  gemeente op het belang van aanvullende of verdiepende vragen. Neem actuele onderwerpen die in de eigen gemeente spelen mee in onderzoek.
  • Vragen in het onderzoek:
    De volgende soort vragen komen aan bod in het onderzoek: Heeft u een goed (keuken)tafelgesprek met de gemeente gehad? Is tijdens het keukentafelgesprek goed geluisterd naar uw verhaal? Hoe is de kwaliteit van uw voorziening? Welk effect heeft de Wmo-voorziening op uw zelfredzaamheid?U kunt natuurlijk ook voorstellen om vragen toe te voegen die specifiek gaan over de situatie in uw gemeente, bijvoorbeeld om te onderzoeken of bepaalde klachten veel voorkomen of om specifieke Wmo-thema’s op de agenda van de gemeenteraad te krijgen.

    (Onder dit bericht downloadlink naar meer aandachtspunten)

Alle gemeenten hebben van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) een handreiking gekregen die hen helpt bij het opzetten van het onderzoek. In de handreiking staan de verplichte vragen, maar de handreiking geeft ook suggesties voor andere vragen.

Uitkomst van het onderzoek
Gemeenten moeten het onderzoek elk jaar uitvoeren (van april – juni). Voor 1 juli moet het College van B&W de resultaten bekend maken. Als het goed is, levert het onderzoek informatie op waarmee de uitvoering van de Wmo verbetert. U kunt als belangenbehartiger de uitkomst van het onderzoek gebruiken bij gesprekken met uw gemeente over het verbeteren van de uitvoering van de Wmo.
Meer informatie

Informatie van de VNG
Cliëntervaringsonderzoek Wmo: vragen & antwoorden
Voorlopige vragenlijst cliëntervaringen Wmo beschikbaar

Informatie Ieder(in) 
Stappenplan effectieve belangenbehartiging
AVI-handreiking Cliëntperspectief op het toezicht Wmo

Rijksoverheid
Wmo Artikel 2.5.1
Wmo Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek

——————————————————————————————————————————–

09 feb 2016

We schrijven geen brieven naar de gemeente’

Peter Vrehen

Stichting Samen Onbeperkt is in 2014 ontstaan na de fusie van het Maastrichtse gehandicaptenplatform PGBM en Stichting Kompas Nederland. Directe aanleiding voor de fusie was de decentralisatie. Peter Vrehen, destijds voorzitter van Stichting Kompas Nederland en nu voorzitter van Stichting Samen Onbeperkt: ‘We zeiden tegen elkaar: er komt zo veel op ons af, laten we de koppen maar bij elkaar steken.’

Het Maastrichtse Gehandicaptenplatform was een traditionele belangenbehartiger. Stichting Kompas was een organisatie die activiteiten organiseerde.

Vrehen: ‘Na de fusie hebben we ons de vraag gesteld: waar is de meeste behoefte aan? We kwamen tot de slotsom dat we geen formele brieven wilden gaan schrijven aan de gemeente, brieven die dan vervolgens zouden worden afgehandeld met een formeel  antwoord. We hebben gekozen voor een andere aanpak.’

Direct contact
De nieuwe Stichting Samen Onbeperkt koos voor het directe contact, zowel met mensen met een beperking zelf, als met de gemeente.

Vrehen: ‘We organiseren activiteiten waardoor we echt in contact komen met onze doelgroep. Eén keer per maand houden we een achterbanraadpleging over een actueel onderwerp zoals het keukentafelgesprek, toegankelijkheid of de Wlz. Vaak met een gastspreker, die meestal een ervaringsdeskundige is. Ook houden we wekelijks spreekuur op drie locaties in de stad. En verder organiseren we een heleboel verschillende activiteiten waar mensen met een beperking aan mee kunnen doen: tuinieren, een zangclub, toneel, sporten, ict, etc.’

Vrijwilligers
Al deze activiteiten zijn niet mogelijk zonder de inzet van vrijwilligers. Bij Stichting Samen Onbeperkt werken maar liefst 110 vrijwilligers. Zij hebben een cruciale rol in het contact met de achterban, legt Vrehen uit. ‘Tegen al onze vrijwilligers zeggen wij steeds: spits je oren! Tijdens de activiteiten vangen zij allerlei signalen en klachten van mensen op. De vrijwilligers brengen die signalen over naar een werkgroep. De werkgroep registreert de signalen en bekijkt wat we ermee moeten doen.’

Inspreken en persoonlijk contact
Wat Stichting Samen Onbeperkt in ieder geval niet doet met de opgehaalde signalen, is er brieven over schrijven aan de gemeente. Ook richting de gemeente kiest de stichting voor het directe contact.

Vrehen: ‘Met de opgehaalde signalen gaan we naar de Raadsrondes en Stadsrondes. Bij de Raadsrondes mogen burgers inspreken, bij de Stadsrondes hoor je de besluiten. We hebben op deze manier heel direct en intensief contact met de politiek. Het komt regelmatig voor dat Raadsbesluiten in ons voordeel uitpakken. Het blijkt een goed aansluitend systeem.’

En naast de inspreekmomenten zijn er directe contacten met wethouders, raadsleden en ambtenaren.  ‘Als er iets is dat niet goed is, dan nemen we meestal direct persoonlijk contact op. Dat is iets wat je gewoon moet doen. Dat werkt ook vaak het beste.’

Successen
Dat het werkt, blijkt uit de behaalde successen. Vrehen noemt er een paar: ‘Door ons toedoen is de second opinion in de WMO gekomen, is de toegankelijkheid van de nieuwe sporthal in orde, hebben we geen inkomenstoets bij de Wmo, wel een ruimhartige PGB-regeling en goede besteding van de Wtcg-gelden.’

Saamhorigheid
Naast de vele vrijwilligers zijn er nog een aantal zaken die nodig zijn, zoals voldoende financiering, voldoende tijd, vaste locaties, computers, telefoons, koffie en thee, etc. Maar het belangrijkste zijn toch de vrijwilligers. Stichting Samen Onbeperkt schenkt dan ook veel aandacht aan de vrijwilligers.

Vrehen: ‘We doen ons best het werk aangenaam te maken. We geven trainingen en houden intervisies. Saamhorigheid en onderling contact vinden we heel belangrijk. We organiseren drie keer per jaar vrijwilligersbijeenkomsten.’

Dit vrijwilligersbeleid werpt zijn vruchten af. Vrehen: ‘Het is intensief om alle vrijwilligers bij elkaar te houden, maar het lukt ons goed. Er haken bijna nooit vrijwilligers af. Gelukkig niet!’

Doe-club
In Maastricht bestaat de belangenbehartiging niet uit vergaderen of overleggen, maar uit luisteren en doen. Of zoals Vrehen het zegt: ‘We zijn meer een doe-club dan een vergaderclub.’ Het is een andere vorm van belangenbehartiging die in Maastricht heel goed blijkt te werken.
Meer weten, stuur een e-mail naar Peter Vrehen: peter.vrehen@gmail.com

———————————————————————————————————————–

15 feb 2016

Gemeente heeft zelf ook veel aan VN-verdrag

Blinde man met geleide hond

Volgend jaar wordt het VN-verdrag volledig van kracht. Wat betekent dit voor de lokale belangenbehartiging? De VN-specialist van Ieder(in), Nienke van der Veen, en twee belangenbehartigers uit Gouda geven antwoord. “We hebben steeds benadrukt dat de gemeente zelf veel kan hebben aan het VN-verdrag.”

Nienke van der Veen zegt dat gemeenten een belangrijke rol hebben bij de uitvoering van het VN-verdrag. “Het kabinet verwacht van gemeenten dat zij op lokaal niveau het verdrag gaan uitwerken en zo gaan toewerken naar een inclusieve samenleving.”

Om gemeenten nog een extra zetje te geven heeft de Kamer een amendement aangenomen van Vera Bergkamp (D66) en Kees van der Staaij (SGP). “Het zegt dat gemeenten een integraal plan moeten maken voor het hele sociale domein. De gemeente beschrijft daarin hoe ze het VN-verdrag gaat uitvoeren binnen de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Bij het opstellen van deze ‘lokale inclusieagenda’ moeten mensen met een beperking nauw worden betrokken.”

Wat kan er in zo’n agenda aan de orde komen? “Bijvoorbeeld hoe de gemeente langer zelfstandig wonen mogelijk wil maken en meer mensen met een beperking aan het werk wil helpen. Bij het in dienst nemen van mensen met een arbeidshandicap moet de gemeente zelf een voorbeeldfunctie vervullen. Dus ook dat kan in het plan aan de orde komen.”

Toegankelijkheid
Verder moet vanaf volgend jaar in elke gemeente toegankelijkheid de norm worden. Nienke van der Veen: “Aanbieders van goederen en diensten – dus niet alleen de gemeente maar ook bijvoorbeeld bedrijven en instellingen – moeten zorgen voor een goede algemene toegankelijkheid. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke toegankelijkheid. Ook de aangeboden informatie moet goed toegankelijk en voor iedereen te begrijpen zijn. En het gaat ook om een respectvolle behandeling.”

In het najaar zal het kabinet dit nog verder uitwerken in een Algemene maatregel van bestuur. Daarin wordt precies aangegeven wat er van bedrijven en organisaties wordt verwacht.

Het verdrag geeft richting!
Ondertussen zijn er al veel lokale belangenbehartigers druk met het VN-verdrag aan de slag. Zo ook de Adviesraad van mensen met een beperking in Gouda.

Adviesraadslid Margit van Hoeve: “We zijn al een kleine drie jaar met het VN-verdrag bezig. Elke keer als we de gemeente adviseerden of met de politiek in gesprek waren, hebben we aangegeven dat het VN-verdrag ons uitgangspunt is. Daarnaast hebben we samen met de Partij voor de Dieren ook een informerende raadsvergadering georganiseerd, waar Nienke de deskundige van Ieder(in), een presentatie heeft gegeven. Dit alles samen heeft heel goed gewerkt. Er ontstond bij gemeente en politiek sterk de stemming: wie kan hier nu tegen zijn. Dit heeft duidelijk vruchten afgeworpen: de Partij voor de Dieren heeft een motie opgesteld waarin het college wordt gevraagd dit jaar beleid te ontwikkelen voor de uitvoering van het VN verdrag, en deze motie is onlangs met brede steun aangenomen!”

De voorzitter van de adviesraad Michel van Lookeren vult aan: “Daar komt nog bij dat we in onze contacten niet het ‘moeten voldoen’ aan het verdrag hebben benadrukt maar het ‘willen voldoen’. We hebben de gemeente laten zien dat ze zelf heel veel aan het verdrag kan hebben. Dat het verdrag een prachtig toetsingskader is bij de uitvoering van de decentralisaties. Het geeft de richting aan!”
Verder is de adviesraad ook gewoon praktisch bezig. Van Lookeren: “Ontbreekt een goede geleidelijn of doet een rateltikker het niet, dan legt de adviesraad contact met de wethouder of het ambtelijk apparaat en laat zien wat er anders moet. Zonder vervelend te zijn, maar met de insteek ‘we hebben samen wat te doen’. Bij dit soort hele praktische kwesties is het VN-verdrag een goede steun in de rug. We kijken dus niet alleen naar de toekomst maar ook naar wat er nu al gedaan kan worden.”

Steeds meer weerklank
Het Verdrag vindt op steeds meer plekken in het land politieke weerklank. In Arnhem bijvoorbeeld heeft de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders verzocht om een plan van aanpak voor de uitvoering van het verdrag op te stellen. De raad verzocht het college om over het opstellen van een agenda meteen in gesprek te gaan met de doelgroep. En vervolgens werd het college tot spoed gemaand: “Wij vragen u voor 1 juli een voorstel voor zo’n agenda te doen!”

———————————————————————————————————————————

10 april 2014

Beste meneer, mevrouw,
Ieder(in) zoekt mensen die de aangesloten lidorganisaties willen vertegenwoordigen in de digitale Meedenkgroep geldzaken en inkomen. Mensen met een brede blik op de inclusieve samenleving die vanuit ervaringsdeskundigheid te maken hebben met de financiële positie van mensen met een chronische ziekte of handicap. Graag brengen we deze oproep met deze mail onder uw directe aandacht.
Veel mensen met een chronische ziekte of beperking hebben een aanzienlijk lager besteedbaar inkomen dan mensen zonder beperkingen. Zij hebben vaker een uitkering en bovendien vaak te maken met meerkosten door hun (chronische) ziekte of beperking. Hun koopkracht staat vaak onder druk. Maar om te kunnen meedoen in de samenleving is voldoende inkomen noodzakelijk, bijvoorbeeld om te reizen, sporten, uitgaan of eens een cadeautje te kopen voor een jarige of een mantelzorger.
Evenwichtige koopkrachtontwikkeling De belangenbehartiging van Ieder(in) op het terrein van inkomen richt zich op een evenwichtige koopkrachtontwikkeling voor mensen met en zonder beperking. We streven naar een samenleving waarin leven met een beperking niet tot meerkosten leidt. Zolang dit niet het geval is, vinden wij dat een eerlijke en gerichte compensatie van deze meerkosten noodzakelijk is.
In 2014 zal op gemeentelijk niveau moeten blijken of gemeentes in staat zijn invulling te geven aan de maatwerkondersteuning voor mensen met een beperking en meerkosten. In dit jaar wordt ook duidelijk op welke wijze de hervorming van de langdurige zorg wordt geregeld en wat dit betekent voor de portemonnee van mensen. Ook de toegang en betaalbaarheid van de zorgverzekeringswet is een onderwerp waarin wij de meedenkgroep graag betrekken.
Aanmelden Wilt u op regelmatige basis actief meedenken over de gezamenlijke positionering van Ieder(in) op het gebied van geldzaken en inkomen? Geef dan uw naam, de naam van uw organisatie, uw telefoonnummer en e-mailadres aan ons door via post@iederin.nl.
Met vriendelijke groet,
Marijke Hempenius beleidsmedewerker
T  030-72 00 000
M 06- 25276155
ieder(in)
Netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte (voorheen CG-Raad / Platform VG)                                                                               
Churchilllaan 11, 3527 GV Utrecht  | Postbus 169, 3500 AD Utrecht | T  030-72 00 000 E post@iederin.nl, I www.iederin.nl | Social media: Twitter Facebook
Van: “Post Ieder(in)” <post@iederin.nl>
Onderwerp: Ministerie van VWS geeft groen licht programma ‘Zorg Verandert’
Datum: 18 augustus 2014 14:28:33 CEST
Geachte mevrouw, heer,
 
Met deze e-mail laat ik u weten dat het ministerie van VWS Ieder(in) groen licht heeft gegeven voor uitvoering van het programma Zorg Verandert. Het programma, voorheen werktitel In voor Burgers,  informeert en helpt mensen, en hun omgeving, die (in de toekomst) zorg of ondersteuning nodig hebben. Op 22 september start het programma met een provinciale bijeenkomst in Almere. Daarna volgen tot half november nog elf bijeenkomsten. Hierin praat Zorg Verandert Wmo-raadsleden, belangenbehartigers, cliëntondersteuners, maar ook mantelzorgers en vrijwilligers bij over de veranderingen en hoe zij zich hierop kunnen voorbereiden. Ieder(in) is penvoerder van het programma. Inschrijven voor de bijeenkomsten kan vanaf nu.
 
In het programma werkt een ongekend aantal cliëntenorganisaties met elkaar samen om de eigen regie van mensen te versterken: Ieder(in), Landelijk Platform GGz, CSO (Koepel van ouderenorganisaties), LOC (Zeggenschap in zorg), LSR (Landelijk Steunpunt (mede)zeggenschap), Mezzo, MEE, Koepel Wmo-raden, Zorgbelang Nederland en Per Saldo.
 
Wat doet Zorg Verandert?
Op 1 januari 2015 verandert de organisatie en financiering van de langdurige zorg. Het programma Zorg Verandert wil de eigen regie versterken van mensen met een zorg- en ondersteuningsvraag en hun omgeving. Zodat ze hun eigen weg kunnen vinden in het nieuwe zorgstelsel en in staat zijn om te bepalen wat zij zelf of samen met anderen kunnen doen. Dit doet het programma door bijeenkomsten te organiseren waarin het gesprek tussen mensen op gang wordt gebracht.
 
Tijdens deze bijeenkomsten legt het programma natuurlijk ook uit wat er precies verandert in 2015. Ook komt aan de orde wat de veranderingen concreet betekenen voor mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben en hun omgeving.
 
Monitor
Het programma voert ook een landelijke monitor uit. Via gespreksbijeenkomsten, panels en een landelijk signaalpunt brengt het programma in kaart hoe de veranderingen verlopen en of mensen niet in de problemen komen. Kortom, wat er goed gaat en wat beter kan. Zorg Verandert heeft een sterke signaalfunctie en zit direct aan tafel met het ministerie en andere relevante beleidsmakers.
 
Provinciale bijeenkomsten
De twaalf provinciale bijeenkomsten richten zich op de omgeving van mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, zoals belangenbehartigers, vertegenwoordigers, vrijwilligers of mantelzorgers. Mogelijk verandert op 1 januari 2015 ook iets voor hen.
Wilt u weten wat er verandert en hoe u zich hierop kunt voorbereiden? Maar ook wat u zelf of samen met anderen kunt doen? Bezoek dan een provinciale bijeenkomst van Zorg Verandert. In presentaties en workshops geven professionals antwoord op uw vragen. Op de startbijeenkomst van 22 september is Illya Soffer, directeur van Ieder(in), aanwezig om vragen te beantwoorden.
 
Meer informatie en aanmelden
Via de aanmeldlink hieronder vindt u meer informatie over de data en locaties van de bijeenkomsten, het programma en de workshops. Ook kunt u de tijdelijke website van Zorg Verandert raadplegen. Op 22 september gaat de officiële website van Zorg Verandert live.
 
Aanmelden kan hier  op http://www.zorgverandert.nl/aanmelden
 
 
 Met vriendelijke groet,
 
Illya Soffer
Directeur Ieder(in)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *